| Geschiedenis |
|
|
|
| Geschreven door Jan van Hoften | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Geschiedenis De kanarieteelt was voor de bevolking van Sint Andreasberg van grote econimische betekenis. Rationaliseringsmaatregelen in Bergau kon onder andere door de kanarieteelt financieel geregeld worden. Hier komt een klein overzicht in de geschiedenis, verdere informatie krijgt u via de ondervolgende en in meerder literatuur.
Thuis bij een kweker in Andreasberg
![]()
![]()
![]()
![]()
![]()
Tekst en foto"s overgenomen uit het Kanarien Museum der Bergstadt Sankt Andreasberg.
HOE DE KANARIE IN DE HARZ KWAM Een scheepsramp was de eerste stap. Het begon er mee dat een Spaans schip op de klippen vastliep van het eiland Elba. Iemand van de bemanning had een vlucht groengele kanaries aan boord, die uit hun kooi konden ontsnappen en het reddende land konden bereiken. Zo kwamen de eerste kanaries ongewild in Italië terecht.(noot van de vertaler: tot dan toe werden door de Spanjaarden alleen maar mankanaries uitgevoerd waardoor ze het handelsmonopolie in handen hielden). De vogeltjes probeerden niet zich in de bosjes te verstoppen, nee, ze vlogen rechtstreeks naar de mensen. Reeds vanaf de verovering van de Kanarische Eilanden in het jaar 1478 waren zij door de Spanjaarden in hun land ingevoerd. Daar werden ze gedomesticeerd, er werd mee gekweekt en ze werden in kooien gehouden. De kooi was vele generaties lang tot tweede natuur geworden. Nu waren de Spanjaarden tot het tijdstip van de scheepsramp echt zakelijk met hun kanaries omgegaan. Ze hadden alleen mannetjes uitgevoerd. Door de ontsnapping van de kanaries was hun monopolie komen te vervallen en spoedig vond je in heel Italië kanariekwekerijen en ook in Frankrijk. In Frankrijk was de vogels bijzonder snel in de mode gekomen en elegante Françaises lieten zich graag met een vogeltje op de arm fotograferen. Deze mode vond ook weerklank in Duitsland en zo kwam de eerste kanarie als "Frans pluimvee" in 1728 naar Duitsland. Een hele tijd werd hij hier met putters, sijzen en kneutjes of men vinken gekruist. Daar werd dan ook weer mee gestopt. Reeds een halve eeuw later berust de welvaart van een heel stadje, het in Tirol gelegen Imst, op de handel met de echte ongekruiste goudgele kanaries. (Noot vertaler: Let er op dat de ontsnapte vogels groengele vogels waren en dat ze inmiddels als goudgele kanaries worden verhandeld). Die mooie goudgele kleur is overigens zogezegd zijn pakje in gevangenschap. Daar war hij vrij leeft is de kanarie groen. Die mooie gele kleur heeft hij althans volgens een oude vertelling te danken aan een ongelukje. Een kanariepaartje had op zekere dag op de kermis te veel gedronken en bij thuiskomst de eitjes in het nest kapot gestoten. Het mannetje was van de dooier helemaal geel geworden. Het ijdele popje was dat zo goed bevallen, dat het probeerde haar partner na te doen. Het had zich eveneens in de dooier gewenteld, maar van de dooier was niet meer genoeg overgebleven. De vogelhandelaars van Imst trokken met hun vogels bijna over de hele wereld met een vogelkooi op de rug, die aan niet minder dan 300 vogels plaats bod. Zij gingen te voet naar Konstantinopel, met de wagen naar Moskou en per schip naar Londen. Zij bleven daarbij soms langer dan een jaar onderweg, want ze konden de verkochte vogels onderweg in bepaalde tussendepots door nieuwe vogels vervangen, en als zij terugkwamen had de reis geloond. Petersburg betaalde ongeveer 9 roebel voor een kanarie, Istanboel 12 gulden. Zo’n Imster vogelkoopman werd dan tenslotte het voorbeeld van Mozarts Papageno. De vogels beheersten naast de kunstzinnige zang soms ook nog allerlei kunststukjes, die bij het toekijkend publiek zeer goed in de smaak vielen. De kanariehandel liep goed, vooral toen zich tegen het begin van de vorige eeuw ook de mijnwerkersdorpen in de Harz met de kanariekweek gingen bezig houden. Hermann Mostar becijfert in zijn "Arch Mostar" de uitvoer van 1250 Andreasberger kwekerijen op zo’n 20.000 mannetjes per jaar te waarde van driekwart miljoen goudmarken. De chronist F. Günther uit de Harz is in zijn schattingen wezenlijk voorzichtiger. In zijn in 1888 uitgegeven werk "De Harz" noemt hij St. Andreasberg de hoofdzetel van de kweek. Ongeveer350 gezinnen, ongeveer de helft van de bevolking zou zich met de kweek bezighouden. Met geringe uitzondering zouden alle mijnwerkers, hoogovenwerkers en fabrieksarbeiders kanaries kweken. Het jaarlijks gekweekte vogels schat hij op 17.000 tot 18.000 mannetjes en evenzoveel popjes. Hiervan werden ongeveer 13.000 tot 14.000 mannetjes en even zovele popjes door afzet in het groot aan handelaren verkocht. Van de Andreasbergers waren destijds tien personen uitsluitens met de handel bezig en nog eens elf andere hadden daaraan nog een nevenbedrijf. Circa 6000 mannetjes werden naar Engeland en Noord Amerika uitgevoerd, de overige vogels bleven op het Europese vasteland. De prijs per stuk bedroeg gemiddeld voor de mannetjes 6.50 mark bij massaverkoop en 16 mark bij verkoop per stuk. Voor een popje werd 35 pfennig betaald. Het aan de plaats zelf toekomende geldbedrag uit de kanariekweek wordt door hem op 160.000 tot 180.000 mark becijferd en de netto winst op 110.000 tot 130.000 mark. Dit is nou echt wat we noemen een artikel "uit de oude doos".
|












